De positie van de zelfstandig psycholoog in een veranderend zorglandschap– waar staan we nu?

An Houben en Tine Swyngedouw, Psychologenkring Leuven

Psychologenkring Leuven pleit voor een duidelijke plaats voor de zelfstandig psychologen in het zorglandschap en voor een billijke vergoeding van het werk dat zij doen. Tegelijkertijd vindt hij het belangrijk dat die zorg voor cliënten betaalbaar en kwaliteitsvol blijft.

Het huidige zorglandschap wordt door de Vlaamse en federale overheid opgedeeld in eerstelijnszorg en gespecialiseerde zorg. De eerstelijnszorg is in principe rechtstreeks toegankelijk voor mensen met matige psychische problemen, binnen een beperkt (tijds)kader. De tweede lijn is beperkt toegankelijk en biedt gespecialiseerde zorg voor ernstigere problemen.

  1. Eerstelijnszorg

De vorige Vlaamse regering (2014-2019) hechtte – in haar beleidsplan – veel belang aan een rechtstreeks toegankelijke geestelijke/psychische gezondheidszorg, gezien de stijging van het aantal mensen met mentale/psychische klachten. Hoewel het belang van geestelijke gezondheid onderkend wordt, vertaalt dat zich niet in een uitbouw en ondersteuning van het werk dat zelfstandig psychologen in het werkveld verrichten. Integendeel. Als actoren in de eerstelijnszorg worden vooral artsen opgesomd; in de tweedelijnszorg verwijst de Vlaamse overheid naar de Centra voor Geestelijke gezondheidszorg. Nochtans komen er dagelijks ook veel mensen terecht bij zelfstandige psychologenpraktijken, die zowel eerste- als tweedelijns problemen behandelen.

Indien de overheid wil inzetten op meer zichtbare en toegankelijke psychische zorg, volstaat het volgens ons niet om enkel het begrip “eerstelijns”psychologische zorg te introduceren, maar moet men vooral concretiseren hoe men die zorg in de realiteit gaat organiseren, structuren en bekostigen.

Gaat de overheid dit aanbod zelf organiseren, bv. binnen de door de overheid opgerichte structuren zoals de centra voor algemeen welzijnswerk of de centra voor geestelijke gezondheidszorg?

Of gaat ze het bestaande aanbod (zelfstandige praktijken) beter toegankelijk maken, mits het uitbreiden en betaalbaar maken ervan? Of een combinatie van beiden?

Hoe dan ook, er is hiervoor alleszins veel mankracht nodig. De VVKP-werkgroep zelfstandigen (VVKP, 2017) simuleerde dat er ongeveer 7200 psychologen (in voltijds equivalenten) nodig zijn om die eerstelijnszorg uit te bouwen.

  • Gespecialiseerde zorg

Binnen de tweede lijn bestaat er een structurele en gesubsidieerde zorgverstrekker (CGG’s), maar die kan niet aan de vraag voldoen, met wachtlijsten als gevolg. Die tekorten worden eveneens opgevangen door praktijken van zelfstandig psychologen. Het gaat om een gespecialiseerd aanbod gericht op een bepaalde doelgroep en/of expertise dat echter duur is, omdat terugbetaling ontbreekt.

Psychologenkring Leuven vraagt plaats voor een complementair en betaalbaar aanbod verstrekt door de ambulant werkende psychologen-psychotherapeuten. Dit aanbod van zelfstandig gevestigde psychologen-psychotherapeuten is er al, maar helaas is het beperkt tot die laag van de bevolking die het zich financieel kan veroorloven.

Om een voldoende groot aanbod qua tweedelijnszorg te creëren, raamt de VVKP dat er zo’n 4800  psychologen-psychotherapeuten (in voltijds equivalenten) nodig zijn. Om toe te laten dat zoveel psychologen durven kiezen voor een zelfstandig statuut is het cruciaal dat het financieel haalbaar gemaakt wordt om het beroep uit te oefenen. Dat is op dit moment niet het geval. In een klassiek systeem van betaling per prestatie hebben psychologen een vergoeding van minstens 75euro per uur nodig om een praktijk voltijds open te kunnen houden.

Samengevat is de betaalbaarheid van het aanbod voor de cliënt cruciaal om geestelijke gezondheidszorg toegankelijk te maken voor iedereen.  Om dit te realiseren, vraagt de VVKP-werkgroep zelfstandigen een tussenkomst van het RIZIV in de kosten van psychologische begeleiding en psychotherapie, ongeacht of die in de eerste of tweede lijn plaatsvindt.

Psychologenkring Leuven pleit voor het oprichten van een conventiecommissie voor psychologen die voorstellen voor nomenclatuur en randvoorwaarden om die nomenclatuur te gebruiken formuleert.

  • Kritische bedenking bij de splitsing van het aanbod in de geestelijke gezondheidszorg

De grens tussen eerste- en tweedelijn is niet scherp te trekken. Cliënten komen niet met een typische “eerste-” of “tweedelijns”-problematiek. Ze komen met hun klachten en problemen in diverse settings terecht en steeds vaker ook rechtstreeks in ambulante praktijken. Ze zoeken vooral een passend aanbod én een persoon bij wie ze zich veilig voelen en met wie ze een vertrouwensband kunnen aangaan. Die mogelijkheid moet gevrijwaard blijven. Niets belet echter dat er daarnaast ook een toegang tot tweedelijns- of derdelijnszorg bestaat, die start bij de huisarts en de eerstelijnspsycholoog, gevestigd in de huisartsenpraktijk. Maar die toegang mag niet de enige zijn.

  • Slot

De Psychologenkring Leuven wil de uitbouw van toegankelijke geestelijke gezondheidszorg steunen en vraagt de overheid daar ook de nodige mensen en middelen voor te voorzien.

  • Op korte termijn moet het bestaande aanbod aan geestelijke gezondheidszorg, dat versnipperd zit over verschillende actoren, toegankelijk gemaakt worden door het voorzien van terugbetalingen voor deze zorg. Dat betekent dat ook de zelfstandig werkende psycholoog(-psychotherapeut) aan haalbare prijzen moet kunnen werken en dat het Riziv daarin moet tussenkomen. 
  • De lijn tussen eerste- en tweedelijn is niet heel scherp te trekken. Cliënten komen niet met een typische “eerste-” of “tweedelijns”-problematiek. Voor de behandeling van psychische problemen is een rechtstreekse toegang tot een degelijk eerste- en tweedelijns-behandelaanbod cruciaal, zonder bijkomende drempels te creëren.